De ambachtelijke rotanmanden van familiebedrijf Van der Leeden passen helemaal in de sfeer van The Dutch. Ze worden nog altijd met de hand gemaakt in de eigen fabriek in Indonesië.
Midden in het dorp Ameide staat de ‘mandenstad’ van Van der Leeden. Twee enorme loodsen, Ikea-hoog opgestapeld, vol producten uit Indonesië. Vanuit hier wordt Europa bevoorraad met hoofdzakelijk manden, met tachtig procent de basis van het bedrijf. Het aanbod, aangevuld met meubels en accessoires als parasols en verlichting, is te bewonderen in de sfeervolle grote showroom. „Wat ik erin zag? Héél veel potentie,” zegt Luuk van der Leeden over waarom hij 35 jaar geleden als vierde generatie instapte. Niet gepusht, benadrukt hij. „Onze ouders hebben mijn zus en mij daarin vrijgelaten. Ik vond het werk, toen ik begon, in één keer leuk. Kijk om je heen. Mooie producten, natuurlijk materiaal, eco friendly, allemaal ambachtswerk… Ik heb drie kinderen, daarvan willen er minimaal twee de zaak hebben.” Voor dat handwerk opende de familie in de jaren vijftig een fabriek op het eiland Java. „Ameide was, evenals het Friese Noordwolde, van oudsher een plek waar stoelen en manden werden gemaakt. Mijn opa importeerde het rotan, ook wel rotting genoemd, vanuit Indonesië. Tot de president dit een halt toeriep. Alleen kant-en-klare producten mochten nog naar de export. Een traditie hield op, voor ons begon een nieuw verhaal.
SCHOOLSPULLEN
Dagelijks zijn een kleine tienduizend Javanen aan het werk in de fabriek. Ook daar kun je spreken van een stad, een eigen community op Midden-Java. Van der Leeden staat er met beide benen in. „Wij willen vooral samenwerken, niet alleen voor het geld maar ook voor de samenleving,” zegt Luuk daarover. Voor het personeel werden twee moskeeën in de fabriek geopend. „Wij hebben koffiepauze, zij gaan vijftien minuten bidden en keren monter terug. Respect naar elkaar. Dat is het belangrijkste.” Er is een pensioenregeling opgezet en meer dan honderd scholen krijgen support. „Kinderen van onze mandenmakers, zij die het minst betaald zijn, mogen bij de fabriek aanbellen voor schoolspullen zoals kleding, drinkbekers en rugtassen. Wij geloven in deze modus, niet in geld geven. Wel in met je hart zaken doen.” Vanaf hier ‘vliegen’ de producten de wereld over. Meer dan zeventig landen op alle continenten, zegt Luuk. „Waarom wij? Wij zijn niet de grootste, wel de beste en heel specifiek. Noem ons koploper, voorloper. Er is geen tweede Van der Leeden. Daar kwam ik vijftien jaar geleden achter toen we ons voor het eerst presenteerden op een belangrijke beurs in China en klanten uit heel de wereld ontmoetten. Een wake-up call wat betreft onze eigen positie en potentie.

LIANEN OOGSTEN
Vernieuwend bezig zijn en blijven, daar ligt een succesfactor. Het traditionele mandenmaken inzetten voor innoverende projecten, zoals de Drypot-serie. Luuk: „We gingen mee in een overheidsproject in Surabaya. Ingezameld plastic afval werd vermalen tot korrels waarvan wij potten gingen maken waar een rotan mand omheen wordt geplaatst. Het slimme is dat de potbodem iets lager is zodat de mand zelf droge voeten houdt en dus jaren langer meegaat. Onze grootste hit tot nu.” Net nieuw is de Sulawesi-serie, bestaande uit manden die worden gefabriceerd van plastic korrels uit een ander afvalproject. „Honderd procent gerecycled, modisch gemaakt,” zegt Luuk. Grofweg de helft van het jaar is hij in Indonesië, in zijn fabriek. „Weet je waar ik mij druk om maak? Als er onwaarheden worden verteld. Wij kappen geen bomen om ons product te maken, we hebben de bossen juist nodig. Geen lianen, geen rotan. Wij lopen elk jaar een rondje van een kilometer om de lianen van de palmen te oogsten. Als we aan het eind zijn, begint de kilometer opnieuw. Lianen groeien binnen een jaar weer aan.” Van der Leeden nam er een tijdje terug een fabriek over waar nu de productie van meubels en accessoires wordt gedaan, onder andere met gebruikt hout. „We zijn geen profeten, maar willen de boel wel netjes achterlaten. Ik vind Indonesië een mooi land, mensen leven er met hun hart. Onze werknemers – ook hier in Ameide – blijven graag en lang bij ons. Het is een mooi team alles bij elkaar.”

